Italiaanse Grammatica
Naanwoorden
Naanwoorden eindigend op "O" EN "A"
Italiaanse naamwoorden kunnen mannelijk en vrouwelijk, enkelvoud of meervoud zijn. Bijvoorbeeld het naamwoord "gatto" (kat) heeft 4 vormen: gatto/gatta, gatti/gatteHet meervoud eindigend op een "o" eindigt op een "i"
Het meervoud eindigend op een "a" eindigt op een "e"
Naamwoorden eindigend op "O" OF "A"
Sommige naamwoorden hebben alleen de mannelijke of vrouwelijke vorm (enkelvoud en meervoud). Bijvoorbeeld, het naamwoord "libro" (boek) is mannelijk en het naamwoord "sedia" (stoel) is vrouwelijk.Nouns ending with "E"
The nouns which end with "e” can be masculine OR feminine. There are two ways to deduct its gender: the first is checking the article in front of the noun, the second is looking it up in a dictionary. For example, the noun "fiore" (flower) is masculine, while "televisione" (television) is feminine. The plural form of ALL nouns (feminine or masculine) ending with "E" ends with "I". (fiori, televisioni)Onregelmatige naamwoorden
De italiaanse taal heeft veel onregelmatige naamwoorden.-Sommige naamwoorden hebben een onregelmatige vrouwelijke vorm. Sommige mensen geven er de voorkeur aan om alleen de mannelijke vorm te gebruiken in plaats van de onregelmatige vrouwelijke vorm ("La Signora Rossi ì il presidente della società" - Mevrouw Rossi is de baas van het bedrijf)
-Sommige naamwoorden hebben alleen een enkelvoudige vorm, ook alle naamwoorden eindigend op een benadrukte klinker en alle op woorden uit een vreemde taal ("un re, due re" - een koning, twee koningen)
-Sommige naamwoorden worden alleen gebruikt in het mervoud. (occhiali-bril)
-Sommige mannelijke naamwoorden eindigen op "a" en eindigen in het meervoud op and "i". (poeta/poeti (dichter/s) problema/problemi (probleem/problemen)
-Sommige vrouwelijke naamwoorden eindigen op "o" en in het meervoud eindigd het op een "i". (mano/mani (hand/en)
-Sommige naamwoorden zijn mannelijk in het enkelvoud, maar worden vrouwelijk in het meervoud, eindigend op "a". (braccio (arm)/braccia (armen)
-Naamwoorden eindigend op "co/ca" of "go/ga" voegen een "h" toe aan het meervoud. (amica/amiche (vriend/en)
-Sommige mannelijke naamwoorden eindigend op "co" of "go" voegen geen "h" toe (medico/medici (dokter/s)
-Vrouwelijke naamwoorden eindigend op "cia" of "gia" wordt "ce" of "ge" als een medeklinker op "cia" of "gia" blijft eindigen. (arancia/arance (orange/s)
Lidwoorden
Het Bepalend Lidwoord:
heeft betrekking op een bepaald naamwoord dat eerder genoemd is.Vrouwelijke naamwoorden: Als het vrouwelijke naamwoord enkelvoud is, gebruik da LA. Als het vrouwelijke naamwoord meervoud is, gebruik dan LE. Bijvoorbeeld: la ragazza, le ragazze.
Mannelijke naamwoorden: voor het mannelijke naamwoord moet je kiezent ussen IL en LO. Die keuze is gebasseerd op hoe het mannelijke naamwoord begint. Meestal zal je IL kiezen. Hier zijn de regels:
- Gebruik IL en voor het meervoud I als het mannelijke naamwoord begint met een medeklinker. (il ragazzo/i ragazzi)
-Gebruik LO en voor het meervoud l GLI als het mannelijke naamwoord begint met een klinker, of z of s. LO kan worden afgekort tot L' voor een woord dat begint met een klinker. (lo sbaglio/gli sbagli)
-Een naamwoord geleend van een andere taal is altijd mannelijk en heeft geen meervoud.
Het lidwoord:
Lidwoorden geven het geslacht weer.Vrouwelijke naamwoorden: Het woord voor "a" voor een vrouwlijk naamwoord is una wat afgekort kan worden tot un´ als het naamwoord met een klinker begint.
Mannelijke naamwoorden: Het gebruikelijke woord is un wat gebruikt wordt voor alle mannelijke naamwoorden (ook diegene die met een klinker beginnen) behalve diegene die met een z of s beginnen. (un ragazzo/una ragazza, uno zingaro/una zingara)
Voorzetsels
a: naaravanti: daarvoor
con: met
contro: tegen
da: sinds, van, bij
di: van, bij
dentro: in
dietro: achter
dopo: later, snel, daarna
dopochè: daarna davanti daarvoor
durante: tijdens
fra: ertussen
in: in, binnen
in avanti: vooruit, verder
inverso: tegen
fuori: buiten
indietro: achter
malgrado: ondank
oltre: verder per for, door, per, via
presso: vlakbij
secondo: volgens
senza: zonder
sotto: onder
su: op
tra: vanuit, vanaf, tussen
verso: over, naar, ongeveer






